Opgeven is geen optie.
Een karaktertrek van mij. Als ik ergens mijn tanden in zet, ga ik er écht voor.
Een mooi voorbeeld daarvan is de blauwtongperiode, inmiddels alweer twee jaar geleden.
Toen blauwtong uitbrak, deed ik twee studies tegelijk. In eerste instantie denk je nog: dit valt wel mee.
Tot we 40 zieke dieren hadden.
Vanaf dat moment liep ik soms 11 uur per dag als een soort verpleegkundige door het land. Van verlammingen en dikke bekken tot open gewrichten en dieren die opnieuw moesten leren eten en drinken.
Het was zwaar.
Maar het leerde me ook om creatief te blijven denken en door te gaan wanneer iets uitzichtloos lijkt.
We combineerden natuurgeneeskunde met reguliere geneeskunde. Niet omdat er één perfecte oplossing was, maar omdat we alles wilden proberen wat binnen onze mogelijkheden lag.
Ik heb huilend door het land gelopen. En net zo hard gelachen om een schaap dat tóch weer opknapte.
Dat contrast vergeet ik nooit.
Toch betekent doorzetten voor mij niet dat je koste wat kost doorgaat. Gezonde grenzen horen daar óók bij. Soms weet je dat je alles hebt gedaan wat je kon en is stoppen de enige juiste keuze.
Voor mij is volhouden dus: blijven zoeken, blijven proberen en blijven denken in mogelijkheden.
Precies dat neem ik vandaag mee in mijn werk.
Ook als iets ingewikkeld wordt, blijf ik zoeken naar mogelijkheden. Ik kijk naar het hele dier en denk graag buiten de gebaande paden.
Want soms is er geen simpele oplossing.
Maar er is vaak wél meer mogelijk dan je in eerste instantie denkt.